Boetes en naheffing bij schijnzelfstandigheid
Wat gebeurt er als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vaststelt? Hier lees je de mogelijke gevolgen en wie ze draagt.
± 8 min lezen
Kort antwoord
Als de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vaststelt, kan ze over de betaalde vergoeding loonheffingen naheffen. De opdrachtgever draagt het grootste risico: die is primair aansprakelijk. Zzp’ers kunnen hun ondernemersvoordelen verliezen. Verzuimboetes zijn in 2026 nog terughoudend; bij opzet of grove schuld is een vergrijpboete mogelijk.
Wat naheffing inhoudt
Als de Belastingdienst een arbeidsrelatie aanmerkt als dienstverband, kan ze over de vergoeding die aan de zzp’er is betaald loonheffingen naheffen. Loonheffingen bestaan uit loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Die premies had de opdrachtgever als werkgever moeten inhouden en afdragen.
De naheffing wordt berekend over de gehele periode van de samenwerking die als dienstverband wordt beoordeeld. Dat kan meerdere jaren zijn. De Belastingdienst kan vijf jaar terugkijken bij gewone gevallen. Bij opzet of grove schuld is de terugkijktermijn twaalf jaar.
De naheffing kan fors zijn: over een jarenlange samenwerking kunnen de loonheffingen optellen tot een aanzienlijk bedrag. Opdrachtgevers die veel zzp’ers inhuren lopen navenant grotere risico’s.
Wie betaalt: opdrachtgever of zzp’er?
De opdrachtgever is primair aansprakelijk voor de naheffing loonheffingen. De opdrachtgever was immers als fictieve werkgever verplicht loonheffingen in te houden en af te dragen — en heeft dat niet gedaan. De aanslag voor loonheffingen gaat in eerste instantie naar de opdrachtgever.
De zzp’er kan ook worden aangeslagen, met name voor het deel aan inkomstenbelasting. Als je als zzp’er aftrekposten hebt gebruikt die je bij loondienst niet had gehad — zoals zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling — moeten die worden gecorrigeerd. Je betaalt dan alsnog inkomstenbelasting over het hogere belastbare inkomen.
Het is in theorie mogelijk dat de opdrachtgever de betaalde zzp-vergoeding deels terugvordert als blijkt dat de situatie een dienstverband was. In de praktijk hangt dat af van de contractuele afspraken en de bereidheid van partijen.
- Opdrachtgever: primair aansprakelijk voor loonheffingen
- Zzp’er: inkomstenbelastingcorrectie en verlies van aftrekposten
- Beide partijen kunnen worden aangeslagen, elk voor hun deel
Boetes: verzuim en vergrijp
Bij een naheffing kan de Belastingdienst ook een boete opleggen. Er zijn twee soorten boetes: een verzuimboete (voor het niet of te laat afdragen van belasting, ook zonder opzet) en een vergrijpboete (bij opzet of grove schuld).
De Belastingdienst heeft bij de start van de actieve handhaving aangegeven vooralsnog terughoudend te zijn met verzuimboetes, om een overgangssituatie te erkennen. Maar dat beleid kan worden aangescherpt. Controleer de actuele stand op belastingdienst.nl.
Bij vergrijpboetes is er geen terughoudendheid: als de Belastingdienst vaststelt dat je bewust een constructie hebt opgezet om belasting te ontwijken, kan een substantiële vergrijpboete worden opgelegd. Die kan in ernstige gevallen oplopen tot het dubbele van de naheffing. Specifieke bedragen noemen we niet — die zijn contextafhankelijk en kunnen worden bijgesteld.
- Verzuimboete: voor niet-afdragen zonder opzet; in 2026 nog terughoudend
- Vergrijpboete: bij opzet of grove schuld; geen terughoudendheid
- Controleer de actuele boetenormen op belastingdienst.nl
Hoe het handhavingsproces verloopt
Handhaving begint doorgaans met een boekenonderzoek bij de opdrachtgever. De Belastingdienst bekijkt dan welke zzp’ers zijn ingehuurd, wat er is betaald en hoe de samenwerking was ingericht. Op basis daarvan wordt beoordeeld of er sprake was van een dienstverband.
Als de Belastingdienst een risico signaleert, volgt een vragenronde: de opdrachtgever — en soms ook de zzp’er zelf — wordt gevraagd om documentatie te overleggen. Contracten, facturen, correspondentie, opdrachtbevestigingen, roosters: al die documenten worden meegewogen.
Als de Belastingdienst tot een oordeel van schijnzelfstandigheid komt, volgt een aankondiging van een naheffingsaanslag. Daar kun je op reageren en bezwaar maken. Dat is het formele traject.
- Stap 1: boekenonderzoek bij opdrachtgever
- Stap 2: uitvraag van documentatie (contracten, facturen, roosters)
- Stap 3: beoordeling en eventueel aankondiging naheffing
- Stap 4: mogelijkheid tot bezwaar en beroep
Wat je kunt doen als er een controle is
Als je opdrachtgever of jij zelf een boekenonderzoek krijgt, is het verstandig direct een accountant of fiscaal adviseur in te schakelen. Zij kennen het traject, weten welke documenten nodig zijn en kunnen je begeleiden bij het overleggen van informatie.
Bewaar je administratie goed: contracten, opdrachtbevestigingen, facturen, correspondentie over de opdracht. Hoe beter je documentatie, hoe sterker je positie bij een beoordeling. Een goed bijgehouden administratie is op dit moment de meest praktische bescherming.
Als er een voorlopig oordeel wordt gegeven waarmee je het niet eens bent, kun je bezwaar maken. Dat bezwaar moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag worden ingediend. Als het bezwaar wordt afgewezen, kun je in beroep bij de belastingrechter.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is te weinig documentatie bewaren. Bij een boekenonderzoek wil de Belastingdienst bewijs zien. Mondeling overeengekomen afspraken die nergens zijn vastgelegd, tellen niet mee. Leg alles schriftelijk vast.
Een andere fout is pas actie ondernemen als er al een controle is. Dan is het te laat om de situatie nog aan te passen. Wie de werkrelatie preventief goed inricht, hoeft bij een controle alleen aan te tonen wat al zo was.
Tot slot: niet tijdig bezwaar maken als je het niet eens bent met een aanslag. De bezwaartermijn van zes weken is fataal — laat je die verstrijken, dan is de aanslag definitief.
- Bewaar contracten, facturen en correspondentie zorgvuldig — minimaal zeven jaar
- Richt je werkrelaties preventief goed in, voor een controle komt
- Schakel direct een adviseur in bij een boekenonderzoek
- Bezwaartermijn is zes weken — laat die niet verstrijken
Hoe Factabel helpt
Factabel helpt je een goede papiertrail op te bouwen: per opdracht heb je een offerte, een opdrachtbevestiging en een factuur. Die documenten zijn geordend per opdrachtgever en per periode, zodat je bij een boekenonderzoek snel kunt laten zien hoe je hebt gewerkt.
Professionele facturen op eigen naam, met je eigen btw-nummer en eigen tarieven, zijn ook een signaal van ondernemerschap. Factabel zorgt dat die documenten er correct uitzien en alle wettelijk verplichte gegevens bevatten.
Dit is algemene uitleg, geen juridisch of fiscaal advies — laat je situatie beoordelen door een specialist.
Veelgestelde vragen
De opdrachtgever is primair aansprakelijk voor loonheffingen. De zzp’er kan worden aangeslagen voor inkomstenbelasting en het verlies van fiscale aftrekposten.
Vijf jaar bij gewone gevallen, twaalf jaar bij opzet of grove schuld.
Niet automatisch. De naheffing loonheffingen gaat naar de opdrachtgever. Maar je kunt zelf een aanslag inkomstenbelasting krijgen als je aftrekposten moet terugbetalen.
Als je zelf tijdig ingrijpt — de werkrelatie aanpast of de constructie beëindigt — is de kans op boetes kleiner dan bij een controle die je overvalt. Proactief handelen is altijd beter dan wachten.
Ja. Je hebt zes weken na dagtekening van de aanslag om bezwaar te maken. Bij afwijzing kun je in beroep bij de belastingrechter. Schakel een adviseur in voor begeleiding.
De fiscale bewaarplicht is zeven jaar voor de meeste gegevens. Voor onroerend goed geldt tien jaar. Bewaar contracten en facturen dus minimaal zeven jaar.