Afschrijven als zzp’er: wanneer en hoe?

Een grote aankoop trek je niet in één keer af maar spreid je over de jaren dat je hem gebruikt. Wanneer dat moet, hoe je het berekent, en wat er met de btw gebeurt.

± 8 min lezen

Kort antwoord

Koop je een bedrijfsmiddel dat je meerdere jaren gebruikt en dat boven de investeringsgrens uitkomt, dan trek je het niet in één keer af maar schrijf je het af over de gebruiksduur. Je verdeelt de aanschafprijs min de restwaarde over de jaren dat je het gebruikt. De btw trek je wél in één keer af, in het tijdvak van aanschaf.

Wanneer je moet afschrijven

Twee voorwaarden bepalen het samen. Ten eerste: gebruik je het bedrijfsmiddel langer dan een jaar? Ten tweede: kost het meer dan € 450?

Is het antwoord op beide vragen ja, dan schrijf je af. Blijft de aanschaf onder de grens, of gaat het om iets dat binnen een jaar op is, dan trek je het gewoon in het jaar van aanschaf af als kosten.

Blijft de aanschaf onder € 450, of gaat het om iets dat binnen een jaar op is, dan trek je het gewoon in het jaar van aanschaf af als kosten. Die grens kan wijzigen; controleer hem bij een grote aanschaf bij de Belastingdienst.

Typische bedrijfsmiddelen waar dit speelt: een auto, dure apparatuur, machines, een verbouwing van een bedrijfsruimte en soms een computer of camera, afhankelijk van de prijs.

  • Langer dan een jaar in gebruik én boven € 450
  • Daaronder: gewoon aftrekken in het jaar van aanschaf
  • De grens verandert, controleer hem bij de Belastingdienst

Hoe je het berekent

Je begint met de aanschafprijs exclusief btw. Daar trek je de restwaarde vanaf: wat het bedrijfsmiddel naar verwachting nog waard is als je het niet meer gebruikt.

Het bedrag dat overblijft verdeel je over de verwachte gebruiksduur. Bij een gebruiksduur van vijf jaar schrijf je dus elk jaar een vijfde af.

Er geldt een richtlijn van maximaal 20 procent van de aanschafprijs per jaar, wat erop neerkomt dat je over minstens vijf jaar afschrijft. Voor goodwill en voor gebouwen gelden afwijkende regels.

Koop je halverwege het jaar, dan schrijf je in dat eerste jaar naar rato af. Bij een aanschaf in juli is dat de helft van een vol jaar.

De restwaarde is geen formaliteit. Zet je hem op nul terwijl het bedrijfsmiddel duidelijk restwaarde houdt, bijvoorbeeld bij een auto, dan schrijf je te veel af en corrigeert de Belastingdienst dat.

  • Aanschafprijs exclusief btw min restwaarde, gedeeld door de gebruiksduur
  • In het jaar van aanschaf naar rato
  • Maximaal 20 procent per jaar, dus minstens vijf jaar
  • Restwaarde realistisch inschatten, zeker bij auto’s

De btw gaat niet mee

Dit is het onderdeel dat het vaakst verwarring geeft. Afschrijven gaat over je winstbepaling; de btw volgt een eigen route.

De btw op een bedrijfsmiddel trek je in één keer af als voorbelasting, in het tijdvak waarin je het aanschaft. Je wacht daar dus niet vijf jaar mee.

Er is één uitzondering die je moet kennen: voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn. Verandert het gebruik binnen die termijn, bijvoorbeeld van belast naar vrijgesteld, dan moet je een deel van de afgetrokken btw terugbetalen. Voor roerende bedrijfsmiddelen geldt een kortere herzieningstermijn.

Gebruik je het bedrijfsmiddel deels privé, dan trek je alleen het zakelijke deel van de btw af, en corrigeer je aan het eind van het jaar voor het privégebruik.

Verkopen of privé gaan gebruiken

Verkoop je een bedrijfsmiddel waarop je nog afschrijft, dan vergelijk je de verkoopprijs met de boekwaarde: de aanschafprijs min wat je al hebt afgeschreven.

Verkoop je boven de boekwaarde, dan is het verschil boekwinst en telt het mee in je winst. Verkoop je eronder, dan is het boekverlies en trek je het af. Dat is meteen de reden om je restwaarde realistisch in te schatten: een te lage restwaarde geeft eerst hoge afschrijvingen en daarna een boekwinst.

Haal je een bedrijfsmiddel uit je onderneming om het privé te gebruiken, dan reken je af tegen de waarde in het economisch verkeer, alsof je het aan jezelf verkoopt. Ook daar kan btw bij komen kijken.

Bij investeringen kan er investeringsaftrek tegenover staan. Die verlaagt je winst in het jaar van aanschaf, bovenop de afschrijving. Verkoop je binnen een bepaalde termijn weer, dan volgt een desinvesteringsbijtelling.

Percentages, grenzen en termijnen wijzigen; controleer ze bij de Belastingdienst.

  • Verkoopprijs boven boekwaarde is boekwinst, eronder boekverlies
  • Privé gaan gebruiken: afrekenen tegen de waarde in het economisch verkeer
  • Investeringsaftrek komt bovenop je afschrijving
  • Snel weer verkopen kan een desinvesteringsbijtelling opleveren

Hoe Factabel helpt

Bonnie leest je aankoopfacturen uit en zet ze bij de bijbehorende transactie, zodat de onderbouwing van een investering vastligt op het moment dat je hem doet.

Voor de afschrijvingsberekening zelf werk je samen met je boekhouder of je boekhoudpakket; wat Factabel levert is een complete en navolgbare vastlegging van de aanschaf.

Veelgestelde vragen

Als je het bedrijfsmiddel langer dan een jaar gebruikt én de aanschafprijs boven € 450 ligt. Daaronder trek je het gewoon af in het jaar van aanschaf.

Aanschafprijs exclusief btw min de restwaarde, gedeeld door de verwachte gebruiksduur. In het jaar van aanschaf reken je naar rato.

Nee, die trek je in één keer af in het tijdvak van aanschaf. Wel geldt er voor onroerende zaken en roerende bedrijfsmiddelen een herzieningstermijn als het gebruik verandert.

De verwachte waarde aan het einde van de gebruiksduur. Bij een auto is die zelden nul. Zet je hem te laag, dan schrijf je te veel af en krijg je bij verkoop een boekwinst.

Je vergelijkt de verkoopprijs met de boekwaarde. Het verschil is boekwinst of boekverlies en telt mee in je winst van dat jaar.

Bronnen

Bronnen voor het laatst nagelopen op 20 augustus 2026. Wetgeving verandert; controleer bij twijfel de bron.

Klaar met administratie uitstellen?

Begin vanmiddag. Binnen vijf minuten staat je eerste factuur klaar.

30 dagen gratis · geen creditcard nodig